Goud verdedigt de $4.514-grens terwijl inflatiezorgen de markt in hun greep houden

dfac799da95d0c19d961b8bdfc2d7776.jpg

De goudprijs weet op deze vrijdag de rug te rechten, terwijl zilver juist wat achter de feiten aan blijft lopen. In de vroege Amerikaanse handel profiteert het gele metaal flink van dalende olieprijzen en een ontspannen rente op staatsobligaties. Op het moment van schrijven noteert spotgoud rond de $4.528,90 tot $4.532,03 per troy ounce, een aardige plus van zo’n 0,7 tot 0,9 procent. Voor zilver is het beeld beduidend minder rooskleurig; de koers blijft steken onder de kortetermijnweerstanden rond $75,475, een lichte daling van 0,24%. Hoewel goud vandaag de wind in de zeilen heeft en donderdag nog wist op te veren vanaf een dieptepunt van $4.365,76, stevent het edelmetaal onverbiddelijk af op een derde maandverlies op rij. In de loop van deze maand is de prijs al met zo’n 2% weggezakt, voornamelijk omdat de hardnekkige inflatie de verwachting van een aanhoudend hoge rente in leven houdt.

Het geopolitieke zenuwcentrum bevindt zich momenteel overduidelijk in de Straat van Hormuz, een cruciale flessenhals voor zowel energieprijzen als wereldwijde inflatieverwachtingen. Toch reageert de markt vandaag vooral op hoop in plaats van verdere escalatie. Er ligt een voorlopig raamwerk op tafel tussen Amerikaanse en Iraanse onderhandelaars om het staakt-het-vuren met zestig dagen te verlengen en de nucleaire besprekingen nieuw leven in te blazen, inclusief het opheffen van scheepvaartrestricties. De olieprijzen kregen hierdoor direct een flinke tik en noteren hun scherpste wekelijkse daling sinds begin april. Brent-olie zakte richting $91,54 en WTI naar $87,64. Het is overigens nog wel even afwachten of president Donald Trump daadwerkelijk zijn handtekening zet onder de deal, en ook de Iraanse staatsmedia houden een flinke slag om de arm door te benadrukken dat er formeel nog niets definitief is.

Voor goud is deze dynamiek intrigerend te noemen. Enerzijds zorgt de afgenomen oorlogsdreiging voor een lagere vraag naar veilige havens, maar onder de streep weegt het positieve effect van de wegzakkende olieprijs zwaarder. Zoals UBS-analist Giovanni Staunovo haarfijn opmerkt, is goud momenteel sterk negatief gecorreleerd aan olie vanwege de directe impact op de inflatie en het monetaire beleid. Goedkopere olie verkleint immers de kans op agressieve renteverhogingen, wat het aanhouden van niet-rentedragend goud direct een stuk aantrekkelijker maakt. Toch zijn we er nog lang niet. De Amerikaanse inflatie schoot in april nog in het hoogste tempo in drie jaar tijd omhoog, voornamelijk gedreven door de oplopende energiekosten als gevolg van het conflict met Iran. De macrocijfers van donderdag hielden de druk op de Federal Reserve bovendien stevig op de ketel: het persoonlijk inkomen stagneerde, het besteedbaar inkomen daalde met 0,1% en de spaarquote viel terug naar een magere 2,6%. Tegelijkertijd steeg de PCE-prijsindex met 0,4% op maandbasis en 3,8% op jaarbasis, terwijl de kerninflatie (core PCE) uitkwam op 0,2% per maand en 3,3% vergeleken met een jaar eerder. Het sterkt economen in hun stellige overtuiging dat de Fed de rente nog tot ver in volgend jaar ongemoeid zal laten, waarbij sommige partijen in de markt zelfs nog stiekem rekening houden met een renteverhoging tegen het einde van dit jaar.

Deze mix van lagere olieprijzen, een ietwat afgekoeld PCE-momentum en ijzersterke bedrijfscijfers uit de AI-hoek heeft de aandelenmarkten absoluut geen windeieren gelegd. Wall Street zette donderdag werkelijk bizarre records op de borden. De S&P 500 sloot 0,6% in de plus op 7.563,63, de Nasdaq sprong 0,9% omhoog naar 26.917,47 en de Dow Jones Industrial Average kroop over de magische grens naar 50.668,97. Ook de Russell 2000 mocht 0,6% bijschrijven en eindigde op 2.936,57. Deze euforie werkte vrijdag onverminderd door in de mondiale aandelenhandel, in de hand gewerkt door een zwakkere dollar en een Amerikaanse tienjaarsrente die rond de 4,5% is blijven hangen. Het is precies deze bredere marktdynamiek die het edelmetalen in mei 2026 zo verdomd lastig maakte. Handelsfirma Rotbart & Co omschreef de maand treffend in een notitie als een typische periode van consolidatie na een uiterst turbulent eerste kwartaal, waarbij een afnemende vluchthavenvraag en de verwachting van een langdurig hoge rente de prijzen simpelweg in de houdgreep hielden.

Als we puur naar de technische grafieken kijken, ligt de bal nu bij de goudstieren. Hun eerste serieuze hindernis bevindt zich in de weerstandszone tussen $4.550 en $4.576. Blijkt de koopdruk groot genoeg om hier doorheen te breken, dan komt de grens van $4.600 snel in zicht, met een volgend koersdoel rond $4.660. Aan de onderkant ligt de focus van de beren logischerwijs op het slopen van het steunniveau op $4.514. Als die vloer eruit klapt, ligt de weg open voor een diepere correctie richting $4.500 en eventueel $4.460. Voor de handelaren die vandaag aan de knoppen zitten, zal de aandacht vooral nog even uitgaan naar de publicatie van de Amerikaanse groothandelsvoorraden en de Chicago PMI van mei om te zien of deze niveaus voor het weekend daadwerkelijk getest gaan worden.