De miljardendans van ons pensioen: van ongekende verhogingen tot wankele beurskoersen
Wie is aangesloten bij een pensioenfonds dat de overstap maakt naar het nieuwe pensioenstelsel, kan zijn borst natmaken voor een flinke financiële meevaller. Het pensioen stijgt waarschijnlijk nóg harder dan aanvankelijk werd geroepen. Een plus van 10 procent of meer is inmiddels een behoorlijk realistisch scenario. De pensioenpotten zijn de afgelopen maanden namelijk flink uit hun voegen gebarsten. PFZW, het pensioenfonds voor de zorg, hield het afgelopen najaar nog voorzichtig op een stijging van maximaal 10 procent. Bij de meest recente peiling bleek echter dat de dekkingsgraad is doorgeknald naar 124 procent. Simpel gezegd: voor elke 100 euro die het fonds nu en in de verre toekomst moet ophoesten, ligt er 124 euro op de plank. Met drie miljoen deelnemers en 253 miljard euro aan belegd vermogen zit dit op een na grootste fonds van het land op een gigantisch overschot. Omdat fondsen onder de nieuwe pensioenwet fors minder reserves hoeven aan te houden, komen die miljarden direct vrij voor pensioenverhogingen. Dat is pure winst voor zowel gepensioneerden als (oud-)werknemers.
De exacte impact van de beurs op de pensioenpotten is altijd een momentopname, maar de rente waait voor de fondsen momenteel uit de goede hoek. PFZW zou de pensioenen zomaar met 12 tot 14 procent kunnen plussen. Na een mager jaar waarin er geen cent bijkwam, zal dat bij deelnemers ongetwijfeld met gejuich worden onthaald. Het zorgfonds houdt overigens zelf nog diplomatiek een slag om de arm en spreekt van inkomens die ‘eenmalig nog wat meer omhoog kunnen dan de eerste berekening liet zien’. De bouwvakkers zijn helemaal spekkoper. BpfBouw stapte over met een riante dekkingsgraad van 131,8 procent. Waar de raming voor de bouw eerder op een sprong van bijna 20 procent lag, pakt dat waarschijnlijk nóg iets gunstiger uit.
Toch vis je behoorlijk achter het net als jouw fonds de overstap in 2026 nog niet maakt. Pensioenfonds PGB heeft bijvoorbeeld een uitstekende dekkingsgraad van ruim 122 procent, maar deelt slechts een schamele 1,7 procent uit. Het keurslijf van het oude stelsel verbiedt domweg een hogere uitkering. Ook bij ABP blijven de deelnemers steken op een plusje van 2,84 procent. Belangrijk om te beseffen is wel dat de klapper van een verhoging in het nieuwe stelsel eenmalig is; je kunt die overvolle reservepot logischerwijs maar één keer aanspreken. Zodra alle fondsen uiterlijk in 2028 definitief over zijn, deinen de pensioenen jaarlijks mee op de golven van de beleggingsresultaten. Draait de economie als een tierelier, dan stijgt je pensioen. Zit het tegen, dan is een daling zonder meer reëel. Kleine reserves vangen voor gepensioneerden de hardste klappen op, maar hoe jonger je bent, hoe steviger die persoonlijke pensioenpot op en neer stuitert.
Die keiharde, structurele afhankelijkheid van beleggingsrendementen is absoluut geen lokaal polderfenomeen. Wereldwijd zien we hoe de levensvatbaarheid van gigantische pensioenfondsen bloednerveus reageert op minimale schommelingen op de beurs. Kijk naar Zuid-Korea. Daar tikt de ‘uitputtingsklok’ van hun National Pension Service (NPS) genadeloos door. Uit recente analyses van de nationale rekenkamer blijkt dat als het gemiddelde rendement van de NPS over de lange termijn ook maar 1 procentpunt hoger uitvalt dan voorspeld, de bodem van de schatkist pas 13 jaar later in zicht komt. Dat is een bizar hefboomeffect. Ter vergelijking: slechts drie jaar geleden rekende de Koreaanse overheid nog uit dat zo’n zelfde stijging van 1 procentpunt “maar” vijf jaar extra ademruimte zou opleveren.
Hoe kan dat effect in zo’n korte tijd zo disproportioneel opzwellen? De pot is simpelweg te massief geworden. De reserves van het Koreaanse staatspensioen flirten inmiddels met de grens van 1.500 biljoen won. Bij dat soort astronomische bedragen creëert dat ene procentje verschil een rente-op-rente-effect over de decennia heen dat de complete begrotingsvooruitzichten van de staat op zijn kop zet. Volgens de prognoses zou de pot in 2069 leeg zijn bij een aangenomen rendement van 4,6 procent. Tikken ze de 5,6 procent aan, dan schuift die deadline pardoes op naar 2082. Een procentje meer rendement legt op die schaal exact evenveel financieel gewicht in de weegschaal als het verhogen van de pensioenpremies met 2 procentpunt.
Maar aan dit spel met grote getallen kleeft een levensgevaarlijk risico. Bij negatieve rendementen verslechtert de boel in net zo’n moordend tempo. Vorig jaar boekte de NPS weliswaar een historisch recordrendement van 18,82 procent dankzij een oververhitte aandelenmarkt, maar we herinneren ons evengoed de klappen van 2008 (-0,18%), 2018 (-0,92%) en 2022 (-8,22%). Analisten wijzen er fijntjes op: wie een grotere hoofdsom heeft, wint exponentieel meer, maar deelt in slechte tijden ook veel zwaardere klappen uit aan de eigen balans. De impact van een marktcrisis op de fundamentele gezondheid van de pensioenkas is vandaag de dag onvergelijkbaar groter dan vroeger.
Het dwingt de megafondsen wereldwijd tot een uiterst delicate balanceeract. Om rendement te jagen móéten ze zwaarder inzetten op risicovolle assets zoals aandelen en alternatieve investeringen, maar door hun kolossale omvang werken hun eigen transacties als een megafoon voor de marktvolatiliteit. Ze zijn de speelbal van de financiële markt, én de speler die de markt ontwricht. Dat zagen we onlangs haarscherp toen de Koreaanse KOSPI-index een historische duikeling van bijna 10 procent maakte. De verkoopgolf werd stevig aangejaagd door het herbalanceren van de portefeuilles door nota bene de eigen NPS. Hun latere, krampachtige besluit om de verkoop van aandelen uit te stellen, werkte in de daaropvolgende marktcorrectie als een boemerang. Uiteindelijk draait het beheer van dit soort kapitalen om één spijkerharde realiteit: asset-allocatie moet kil en berekend gebeuren, wars van politiek gemarchandeer of oppervlakkige koersstimulatie. Of het nu gaat om de vette jaren van een Nederlands bouw- of zorgfonds of de tikkende tijdbom in Seoul; de financiële markten kennen geen genade voor miljardenpotten die uit de bocht vliegen.