• Cees en Anita Neuvel met pup Pascha.

    Marc Moussault

Einde aan het tijdperk Neuvel

ANNA PAULOWNA Polderse kermis vieren deed je bij Cees Neuvel in het Wapen van Holland. Aan dat tijdperk is een einde gekomen. Sinds 1 januari 2018 is de exploitatie van Het Wapen in handen van Koos Neijens. En sinds een aantal weken is ook het pand officieel zijn eigendom. Een mooi moment om terug te kijken met Cees Neuvel.

Marijke Hendriks

Als vroeger ergens een kerk werd gebouwd, duurde het niet lang tot er ook een kroeg stond. Dat wist Paulus Neuvel ook toen hij zag dat de fundering van een kerk werd gelegd, vlakbij het station in Anna Paulowna. "Mijn overgrootvader was een echte zakenman," vertelt Cees. "Hij had veel geld en kocht meteen 20 bunder land. Hij opende in 1870 een café, een galanteriewinkel, een supermarkt en een bollenbedrijf en runde dat met zijn broers."

Het Wapen is een tijdje verhuurd geweest aan een familielid en toen kwam er weer een Neuvel in: "Dat was mijn vader. Hij had gemiddeld drie bruiloften in de week in de jaren '60, dat was enorm.

JAN BUIJS Van 1949 tot 1973 runden de ouders van Cees, Piet en Alie Neuvel het Wapen. Toen Cees in de zaak kwam in 1978, was Jan Buijs eigenaar. "Die zat vreselijk met het café in z'n maag. Hij kwam uit Amsterdam en wist echt niet hoe hij met de mensen hier moest omgaan. Hij wilde het café dichtgooien, maar toen zeiden ze: dat is zonde man, dat moet je niet doen. Hij heeft toen op aandringen van de klanten contact met mij opgenomen, ik had net de hotelvakschool gedaan. Ik ben toen bij meneer Buijs gaan werken. Hij heette Jan, maar iedereen kende hem als meneer Buijs. Ik heb een jaar of vier voor hem gewerkt en toen werd ik compagnon. We hebben het café dichtgegooid en zijn ons gaan richten op bruiloften en partijen, dat is toen goed van de grond gekomen. Ik liep aan de voorkant, dus ik ontving de gasten en zo, en meneer Buijs stond in de keuken. Hij was kok, hij kon verschrikkelijk lekker koken. Iedereen kon hem toentertijd uittekenen in z'n witte jas en links een theedoek aan z'n riem. In 1994 is meneer Buijs overleden en toen heb ik het helemaal overgenomen."

CATERING Toen de eerste Poolse arbeiders naar de polder kwamen, ging het Wapen catering erbij doen: "Koken voor de bloembollenkwekers. Nu worden Poolse arbeiders goed opgevangen, maar in het begin sliepen ze in tentjes en zaten ze op een campinggaspitje een blikje bonen in tomatensaus op te warmen. Dat was hun maaltijd. En ze dronken erbij, fors. Ik had dat een paar keer gezien en ik dacht: dat moet toch anders kunnen. Dus ik heb uitgerekend wat een maaltijd ongeveer zou moeten kosten en gekeken hoe je dat kon presenteren, in een bakje van piepschuim, dat bleef anderhalf uur warm. Toen moest ik al die bloembollenkwekers af. Die vonden het eerst maar niks, maar toen heb ik gezegd: probeer het zelf eens drie dagen. Redelijk goed drinken en leven op bonen in tomatensaus. Daar word je toch niet vrolijk van, als je zo slecht eet. En bovendien presteer je veel slechter. Je kunt ze veel beter een maaltijd aanbieden. Nou, dat zijn ze toen gaan doen. Ik heb een paar goede klanten gehad. Nu kunnen de mensen uit Polen vandaan zelf koken. Ze wonen in een normaal huis en hebben allemaal gaspitten. Dus op een gegeven moment werd het steeds minder met de catering en ben ik ermee gestopt."

KERMIS Gevraagd naar anekdotes, beland je al snel bij de kermis: "Toen mijn vader de grote zaal bouwde in 1961, is de Polderse kermis begonnen. Dat is steeds verder uitgebreid en het werden enorme feesten. De eerste jaren werd nog in glas getapt. Ik weet nog dat mijn vader in zijn laatste jaar tegen mijn moeder zei: 'Alie, er zijn 12000 glazen gesneuveld'. Mensen stonden te dansen op het glas. Toen kwam meneer Buijs, die wilde graag plastic glazen, maar de collega's wilden dat niet. Wij waren bang dat we klanten gingen verliezen als wij als enigen in plastic gingen tappen. Toen heeft meneer Buijs met de drie huisartsen gesproken, die kregen natuurlijk enorm veel snijwonden met die kermis, en die zijn naar de gemeente gestapt. Toen werd het een verordening en moest iedereen in plastic gaan tappen."

Dertig jaar lang heeft Shoreline gespeeld in het Wapen tijdens de kermis. "Een van de laatste keren is Jitse Bijpost met alle klanten de Molenvaart in gelopen. Hij met z'n trommeltje voorop en iedereen ging met hem mee, dwars door de Molenvaart heen. Dat was natuurlijk heel verschrikkelijk, zo smerig als die mensen terugkwamen in de grote zaal. Het was één grote modderpoel."

Ook het meel gooien zorgde jaar na jaar voor een bende in de zaal. "De jongelui verstopten die bloem altijd bij het station. Ik zat met mijn vorige hond op speurcursus en vroeg aan mijn instructeur: kan die hond die bloem niet opsporen. Hij zegt: ik garandeer je niet dat het lukt, maar probeer het maar. Dus ik met een zakje bloem en de hond naar het station. We liepen bij de Spoorput en op een gegeven moment schoot die hond zo een bosje in. Daar lag zó'n grote zak met bloem. Of het nou toeval was of niet maakt me helemaal niet uit, ik vond het geweldig!"

In 2009 draaide Cees zelf plaatjes in de grote zaal tijdens de kermis. "Het was hartstikke gezellig, met leuke mensen binnen. Maar op een gegeven moment, op maandag, sta ik te draaien en zie ik een stel jongelui binnenkomen die in andere jaren verantwoordelijk waren voor die meeltroep. En ik zag dat hun kleren een beetje smoezelig waren, een beetje wittig. En ik gooi zo, pats, die muziek uit en doe het licht aan. Ik had een man of 500 binnen en iedereen stond verdwaasd om zich heen te kijken van: wat is dit nou. Ik zeg: jongens, het maakt mij niet uit, maar als jullie met bloem gaan gooien, is voor mij die kermis voorbij. Ik stapte het podium af en toen kwamen ze naar me toe of alsjeblieft die kermis door mocht gaan, want dit vonden ze toch wel heel erg. Toen ben ik toch maar weer begonnen. Het jaar daarna is er niet meer met meel gegooid."

Toen collega Piet Warmerdam ermee stopte, draaide Cees de kermis alleen en breidde het feest uit naar buiten. "Ik heb een tent op het Arkplein gezet, want ik moest plaats hebben voor 5000 mensen. Dat was een schot in de roos."

DANKBAAR Cees Neuvel (63) was veertig jaar het gezicht van het Wapen van Holland. De laatste vijftien jaar hielp zijn vrouw Anita ook mee. Een opvolger is er niet: zoon Vincent werkt in de ict en dochter Fabiënne is dierenartsassistente. En zo is na 149 jaar definitief een einde gekomen aan het Neuvel-tijdperk. Cees en Anita zijn dankbaar voor de steun van hun trouwe personeel. Bekende gezichten als Jan en Hannie Pater, kok John Hoogkamer en Hilda Hiemstra, die tientallen jaren in het Wapen werkten. En natuurlijk voor het vertrouwen van hun klanten voor wie ze de feesten mochten verzorgen: "We hadden heel veel families waar wij alle bruiloften en partijen van hadden. Ook heel grote families uit de polder vandaan. Dan gaven opa en oma een feest en zag je de kleinkinderen door de zaal hobbelen. En twintig jaar later vierden die kinderen hun eigen bruiloft bij ons. Dat was erg leuk."

Sinds december wonen de Neuvels aan de Schorweg in Breezand. Ze zijn nog bezig hun draai te vinden: "We moeten het allemaal nog even een plekje geven. Ik ga in ieder geval meer trainen met mijn hondje."