• Liefde en genegenheid zijn de belangrijkste redenen om hulp te bieden. Sommigen voelen zich verplicht.

    Pixabay.com

Een op de drie is mantelzorger

REGIO Het percentage van inwoners van de kop van Noord-Holland, Texel en West-Friesland dat voor elkaar klaarstaat, ligt iets boven het landelijk gemiddelde. Daarnaast is een op de drie inwoners mantelzorger. Dat zijn enkele conclusies van onderzoeksbureau I&O Research dat in opdracht van zorgorganisatie Omring onderzoek heeft gedaan naar hulp, ondersteuning en zorg in genoemde regio's.

De kop van Noord-Holland, Texel en West-Friesland zijn regio's waar bewoners voor elkaar klaarstaan. Ruim negen op de tien inwoners hier doet wel eens iets voor een ander. Dit ligt iets boven het landelijk gemiddelde (89%). Dit gaat van kleine zaken als het verzorgen van de huisdieren tot intensievere hulp en ondersteuning, zoals persoonlijke verzorging. 75% van de mensen biedt sociale psychische ondersteuning. Vrouwen, werkenden en inwoners tot 65 jaar bieden relatief de meeste hulp, ondersteuning of zorg.

Een op de drie inwoners is mantelzorger. Al ziet een deel zichzelf niet zo. Deze cijfers komen overeen met het landelijk gemiddelde. Relatief meer vrouwen, inwoners tussen 45 en 65 en werkenden zijn mantelzorger. De grotere meerderheid hiervan doet dit wekelijks en voor een langere periode (meer dan een jaar).

Liefde en genegenheid zijn de belangrijkste redenen om hulp te bieden. Sommigen voelen zich verplicht. De vanzelfsprekendheid om anderen te helpen geldt minder in stedelijke gemeenten als Den Helder, Schagen en Hoorn en meer in de kleinere gemeenten als Opmeer.

Een meerderheid van de inwoners vindt de hulp goed vol te houden. En een kwart geeft aan het soms zwaar te vinden. 10% vindt het vaak te veel worden of kan het bieden van hulp nauwelijks meer aan. Dit geldt vooral voor mensen die intensief en meerdere keren per week helpen en degenen die voldoen aan de definitie 'mantelzorger'. Ook ervaart 15% van de mantelzorgers eenzaamheid als gevolg van de mantelzorgtaken en een kwart kan niet terugvallen op anderen bij hun zorgtaken.

Hoewel sommigen hun zorgtaken zwaar vinden en verwachten dat het in de toekomst zwaarder wordt, richt men zich niet veel tot ondersteuning. Terwijl de meesten wél op de hoogte zijn van zorgvoorzieningen en de gebruikers hiervan doorgaans tevreden zijn.