• Eigen foto

(T)huiskat 1

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

De huiskat vindt zijn oorsprong in het Midden-Oosten, ook alweer een kleine tienduizend jaar geleden. Heel anders dan bij de hond heeft de kat ons, naar het lijkt, absoluut niet nodig en gedraagt zich daar ook naar. Daarom ontwikkelde hij zich in die duizenden jaren ook totaal anders, hoewel ze elkaar in die ontwikkeling ook ontelbare keren moeten zijn tegengekomen.

Onze huiskat zit vol veelal vriendelijke eigenschappen, dat maakt haar zo geliefd bij heel veel mensen. Ze is haar van oorsprong natuurlijke schuwheid en wild(st)e haren door duizenden jaren van omgang met mensen (domesticatie) kwijtgeraakt en kan zelfs dingen leren van ons. Die prettige omgang is door selectie inmiddels vastgelegd in zijn erfelijke materiaal. Dit DNA van de huiskat verschilt mede daarin dan ook duidelijk van dat van zijn wilde voorganger. Uitzonderingen daargelaten zult u terecht zeggen. Sommige kunnen zich naar mensen en andere dieren in hun omgeving monsterlijk gedragen.

Een onbedoeld 'wilde' huiskat heeft wel het juiste DNA, maar zijn gedrag heeft zich in zijn jeugdige inprentingtijd blijkbaar niet goed ontwikkeld, hetgeen veel verschillende oorzaken kan hebben. Vervelende ervaringen in de omgang met een mens, een moeder die ook al schuw is en dit gedrag wordt dan één op één gekopieerd, nagezeten zijn door een naburige hond en dan moeten rennen voor je leven. In het wild geboren huiskatten hebben op deze manier vaak een niet in te lopen achterstand op weg naar een kroelend en naar tevredenheid spinnend huisdier…

We weten veel minder van het gedrag van onze huiskatten dan dat van honden. Een oorzaak daarvoor is dat het voor honden in natuurlijke omstandigheden altijd al gewoon was om in groepen te leven en in deze samenstelling leerden ze al om met elkaars gedragspatronen en later met die van de mens om te gaan. De mens als onderdeel van een groep honden en de hond als onderdeel van een groep mensen. Huiskatten en zeer zeker hun voorgangers zijn juist solitaire, dus het liefst alleen levende wezens.

Daarom is het lastiger om (standaard) patronen te ontdekken in de omgang onderling en met die van de mens. Want ze hebben niet van nature in zich dat ze elkaar helpen of hulp zoeken bij een mens. Ze lossen voorbijkomende problemen eenvoudigweg zelf op of laten het erbij zitten. Daarbij komt dat honden het vaak leuk vinden om onderzoeksspelletjes te doen en de kat alleen blij is in zijn eigen wereldje. Daarbuiten is ze alleen maar gestrest. Onderzoeken bij honden zijn dus goed te organiseren, ook buiten hun dagelijkse omgeving. Katten moet je bestuderen in hun eigen huis en tuin…