• Eigen foto

LUCHTIG

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

Als je via het hart het zuurstofarme bloed in het lichaam door de longen jaagt, waarom zou daar dan opeens zuurstof opnemen, terwijl het zojuist nog zijn zuurstof heeft afgestaan aan bijvoorbeeld de spieren? Spieren hebben behalve veel energie, zuurstof nodig om die energie te kunnen verbruiken. Want zónder zuurstof kan een spier wel éventjes werken, er ontstaat dan melkzuur en een beetje energie uit de glucose (bloedsuiker), maar daarna houdt het snel op. Je hebt zuurstof nodig om de maximale energie uit glucose te halen, zonder dat je je 'werkmilieu' vergiftigt met onafgewerkte stofjes.

Het antwoord is vergelijkbaar met een zwakke magneet die makkelijk aantrekt als er veel ijzer is, terwijl bij weinig ijzer een sterkere magneet het van de zwakke magneet zal winnen en zijn 'lading' overneemt. Want in de longen is er door voortdurende verversing van lucht (ademen) en de efficiënte circulatie (heel veel dunwandige kleine bloedvaatjes), een overvloed aan zuurstof. Via het steeds verder vertakkende buizenstelsel naar en in de longen, te starten bij de neus- en mondholte, luchtpijp, zijtakken (bronchen) en zijtakjes (bronchiolen) gaat de ingeademde lucht naar de uiteinden van de allerkleinste buisjes: de longblaasjes (alveolen). De wand van een dergelijk klein blaasje is flinterdun en omgeven door hele kleine bloedvaatjes met daarin een lading rode bloedcellen.

Het zuurstofbindende rode eiwit hemoglobine in de (daarom) rode bloedcellen trekt niet heel sterk aan zuurstof, maar heeft het in de longblaasjes letterlijk voor het oprapen en wordt ermee verzadigd. Na het transport via het pompende hart naar de eerste de beste spier moet de rode bloedcel zijn lading afstaan en doet dit omdat het zuurstofbindende rode spiereiwit nu met de naam myoglobine in het zuurstofarme (continu verbruik) spiermilieu duidelijk harder trekt aan zuurstof dan hemoglobine. Slim.

Op een vergelijkbare manier kan een drachtig moederdier, via de onwaarschijnlijke rijkdom aan bloedvaatjes in de moederkoek, zuurstof van háár hemoglobine afstaan aan het hemoglobine van haar vrucht. Het hemoglobine van een ongeborene bestaat uit een sterker soort zuurstofbindend eiwit in de rode bloedcellen dan dat van de moeder. Zuurstof wil daar dus veel liever aan vast haken, zodat de ongeborene voldoende zuurstof naar zich toe haalt.

Na de geboorte vergemakkelijkt de zuurstofopname voor de zuigeling plotseling, doordat het zelf gaat ademen. Teveel zuurstof is slecht, dus dit is het startsignaal voor het beenmerg om snel de sterkere variant hemoglobine af te breken en te vervangen door de gewone variant!