• Eigen foto

Kruipruimte

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

De bouw van de praktijk en het woonhuis is gestart in de zomer van 1990 en voltooid in het voorjaar van 1991. De bouwnormen vereisten een bepaalde mate van isolatie, zoals de dikte van het dakbeschot, dubbel glas en vloerisolatie. Maar wat er in die tijd gangbaar was, is nu allang weer achterhaald. Zo nu en dan is de tijd rijp om de moed op te brengen om wat te vernieuwen. De isolatie van de vloer is dit keer aan de beurt. De noodzaak om goed te isoleren staat niet ter discussie en eigenlijk gaat dit verhaal daar ook niet over.

Zolang ik onder de vloer bezig ben (of even wat spullen haal en gelijk een luchtje schep) staat het luik open. Op de deur tussen de hal en de woonkamer hangen aan beide zijden A4-tjes met duidelijk de tekst de deuren gesloten te houden in verband met de katten. Maar ja… Als Timone de trap af komt, ziet ze een van onze poezen gebiologeerd in het kruipgat kijken en ze beseft gelijk dat die wel naar de brutaalste van het stel zal zitten te kijken. Als ik in het gat duik, zie ik nog net met gang een witte staart de praktijk inzeilen, maar dan onder de vloer.

Ik kan me herinneren dat vlak na de bouw een toenmalig exemplaar er ook op ontdekkingstocht ging. Die kwam wat later bespinnenwebd weer spontaan bovengronds en daar ging ik nu ook weer van uit, hoewel het me ook niet lekker zat. Ik snap best dat het er leuk is om rond te rennen. Er zijn genoeg verhalen te vertellen over ons gezin waar de kruipruimte een centrale rol speelt. En eigenlijk is dat raar, want meer dan op je knieën en ellebogen kruipen kan je er niet. Maar wel heel lang.

Als na twee uur nog niks van dat stoere joch vernomen is en mijn avondspreekuur al bezig is, vraag ik Timone een rondje te kruipen… Niet te vinden. Nog maar eens een rondje. Als mijn patiënten even 'op' zijn, vergezel ik haar. Ze meldt één keer drie miauwtjes gehoord te hebben en als ze het nadoet horen we het opnieuw achter een muurtje, waar we snel omheen kruipen. We zitten inmiddels onder het halletje van de praktijk waar het dier half verborgen op een stapel reserve dakpannen zit en het is nog even peuteren voor ik hem goed en wel in m'n armen heb.

Ter plekke zit daar een tweede kruipgat in de vloer dus ga ik 'gewoon' staan, onderwijl het luik met mijn hoofd ophoog duwend. Ik kijk door het glas de wachtkamer in, recht in de sterk vergrote ogen van een eigenaresse en haar hondje die zojuist te horen had gekregen van de assistente dat de dierenarts er 'zo' aankomt.