Hommelles

Willem Messchaert, Kolhorn

Een zwaar gebrom haalt me uit een licht middagdutje. Ik ontdek bij het dubbelbeglaasde achterraam een groot, ruig behaard, vliegend insect. Het dier gromt en bromt als een zwarte leeuwenwelp en heeft kennelijk moeite met de oriëntatie. Het zwalkt zoemend en zwenkend afwisselend omhoog en omlaag langs het glas tot het op een kleine kalanchoë landt en tot rust komt. Alsof het eventjes zit uit te blazen.

Eenmaal geland op vetplant-airport begint het diertje zich ijverig met alle zes pootjes te poetsen. De hommel, die tot de vliesvleugelige insecten behoort, gebruikt die pootjes afwisselend en ombeurten. Het voorste paar gebruikt-ie om en om of alletwee tegelijk voor z'n kop, zodat de hommel bij sommige bewegingen bijna op een kat lijkt. De middelste pootjes gebruikt-ie om de onderkant van middenstuk (prothorax) en achterlijf zorgvuldig te poetsen. De achterste twee pootjes, de grootste van de zes, worden voor het achterlijf gebruikt. Hierbij is goed te zien hoe de hommel handig gebruik maakt van de borstelige pootranden en de ankervormige uiteinden. Ik ben meer dan een kwartier getuige van een noodzakelijke schoonmaakbeurt, een fijne massage of een voorgeschreven Apk-keuring.

De hommel heeft twee duidelijke, heldergele banden. Verder is het diertje zwart op z'n witte 'kontje' na. Het is dus een aardhommel (Bombus terrestris) en ongeveer een centimeter groot. Dan moet dit een werkster zijn die dit voorjaar is geboren uit het nest dat de koningin (die vorig jaar alleen overbleef) na afgelopen winter maakte om een nieuw volk te stichten. Nodig want aan het eind van dit jaar blijven slechts de nieuwe koninginnen over, die op hun beurt uit bevruchte werksters voortkomen. Dus daar zit het begin van een nieuwe generatie aardhommels zomaar op m'n vensterbank, dat schoon en luid zoemend door het opengezette zijraam wegvliegt. Wat een leuke hommelles.