Erg bont

Willem Messchaert, Kolhorn

Onlangs vertrok ik als voetganger met de veerboot naar Texel om een etmaal aan de besognes van alledag te ontsnappen. U heeft dat vast ook wel eens. Dat al dat geregel, al dat gepraat, al dat gewik en geweeg, al dat gepieker, al dat gemantelzorg, al dat dierenleed en al dat wereldnieuws u te veel wordt. Nou, mij wel en ik had er al weken last van. Een wandelingetje mocht niet meer baten en van een goed gesprek kreeg ik stekende koppijn. De comfortabele bank in mijn woonkamer voelde aan als een spijkerbed. Met de hand en liefde gezette koffie
smaakte naar afgewerkte olie en mijn fiets had al weken een lekke band. Dit werd me al te bont. Ik moest er eenvoudigweg uit. Zo kwam ik op het idee als voetganger naar Texel te reizen. Geen parkeerproblemen en een aangenaam overzettarief.
Deze dag was dus goed begonnen en onderweg werden de weersomstandigheden gaandeweg steeds beter. Een blauwe lucht met witte wolken en slechts een lichte tegenwind. Aan een buitengewoon stille weg vroeg een boswachter mij of ik wel eens harlekijnorchideeën had gezien. Niet dus. Daarom ging ik op zijn invitatie in en liep ik met de man mee door een bonte
wei. Bont, want het stond er werkelijk boordevol met een keur aan in verschillende kleuren bloeiende planten. En allemaal wilde flora, aldus de boswachter. Het zag er geel van de ratelaar, paars van de harlekijn en brede orchis, wit van de (witte) ogentroost, blauw van de moerasvergeet-me-niet, rood van de zuring, roze van de echte koekoeksbloem, lichtroze van de pinksterbloem en groen van het gras. Hier was sprake van een veelkleurig, botanisch kleurenpalet. Vanachter een houten hek, keek ik nog eenmaal achterom over deze bonte wei en bedacht me dat de natuur het hier wel heel erg bont had gemaakt.

gedicht

Zo dierbaar

Hij was geen hond van stand.
Geen stoere bink met lange manen
Maar een 'vullisbakkenrasje' met bruine ogen,
een druktemaker met een hart van goud!

Zwartgrijze krullen. Niet zo groot
en een beetje bang
beet hij een onvriendelijke man; uit zorg voor mij,
hardhandig in zijn smakelijke kuiten.

Mijn Droes, mijn hond was zo trouw en
hield zoveel van mij,
Hij wist wanneer ik mij verdrietig voelde.
Samen zitten op de vloer achter een grote stoel
gaf Droes een poot aan mij met natte bruine oogjes.
De belangeloze liefde van mijn hond maakt mij wantrouwend
naar de liefde van de mensen.

Voor de ware liefde wil je altijd leven,
maar na de passie van één keer vlucht hij weg,
weg uit je leven
Je trouwe hond blijft gewoon!

Atti Smit-Ran, Anna Paulowna