• De keuken van de voormalige woning van Agie en Hubertus.

    manon wiggers

Spaansen familiemuseum

WINKEL Het huis van de oprichters van het familiebedrijf Spaansen in Winkel is in 1996 een museum geworden. Op afspraak kunnen geïnteresseerden een kijkje nemen in de geschiedenis van de familie en het bedrijf.

In het museum, dat voorheen het huis was van Hubertus Spaansen (1910-1978) en Agie Spaansen-Mak (1914-1994), zijn twaalf kinderen geboren en opgegroeid. "Mijn moeder vroeg zich op haar ziekbed af wat er met haar huissie zou gebeuren, want over alles wat gebeurd is zou een film gemaakt kunnen worden", vertelt Ada, dochter van Hubertus en Agie en tevens gastvrouw van het museum. De collectie van het museum bestaat uit boeken, krantenknipsels en heel veel foto's.

FRUIT EN MELK RIJDEN "Mijn vader begon in 1946 met fruitrijden. Winkel was heel bekend om zijn goede kwaliteit fruit en had ook een eigen veiling. Vader bracht dan het fruit naar de veiling. Later deed hij melkrijden", legt Ada uit. "Je begrijpt vast wel dat hier in huis heel wat mondjes gevoed moesten worden en vroeger kreeg je als zelfstandig ondernemer geen kinderbijslag, dus dat was best hard werken. Toch hebben we nooit honger geleden. Vader had hier namelijk zijn eigen groentetuin", vertelt Ada terwijl ze naar het grasveld rondom het huis wijst. "Ook de bakker, melkboer en Otjes brachten boodschappen, die vader en moeder mochten betalen wanneer er weer geld was."

ONTSTAAN FAMILIEBEDRIJF Op een gegeven moment kocht Hubertus een vrachtwagenvergunning en daarna ook zijn eerste vrachtwagen. Het bedrijf is hij alleen begonnen en langzaam kwam er een aantal medewerkers bij. "De eerste medewerkers waren buurtjongens en toen mijn broers oud genoeg waren, gingen zij ook helpen. De jongens konden het best goed met elkaar rooien. Ze hadden van vader meegekregen dat hard werken belangrijk was. Op hun achttiende verjaardag kreeg elke zoon een vrachtwagen, waarbij mijn vader zei: je weet hoeveel de vrachtwagen kost, dus je ziet het maar terug te verdienen." Op deze manier zijn alle negen zoons in het familiebedrijf terecht gekomen en volgens Ada is dat uniek. "Mijn broers hebben het bedrijf in 1972 overgenomen en groot gemaakt. Later is het bedrijf naar de jeugd gegaan, dus naar de jongens van de jongens."

HET MUSEUM Het idee om van het voormalige huis van Hubertus en Agie een museum te maken, was er eigenlijk meteen. "Toen mijn moeder in 1994 overleed, hebben we met de familie elke donderdagavond foto's en spullen uitgezocht", vertelt Ada. "Het oude tafelkleed ligt nog op tafel en op de grond ligt een kleedje van wel honderd jaar oud. Het allerbelangrijkste is dat als mensen binnen komen, zij het gevoel hebben van: hier heeft moeder gewoond." Ada is trots op het verhaal. "Je vertelt geen verhaal uit een boekje, maar een verhaal vanuit je hart. Ik merk aan mensen dat ze dat mooi vinden en vooral oudere mensen herkennen dingen van vroeger in mijn verhaal. Als ik mijn verhaal vertel, kun je een speld horen vallen."

BIJZONDERE ITEMS Elke week leidt Ada wel een groep bezoekers rond in het museum, maar als het aan haar ligt zou ze dat veel vaker doen. "Bij ontvangst krijgen de bezoekers een kopje koffie met wat lekkers. Dat is iets wat mijn moeder vroeger ook al deed."

Het meest bijzondere item in het museum vindt Ada het telefoonboek. "Ik durf het hardop te zeggen: niemand heeft een telefoonboek zoals hier ligt. Het briefje dat op de schoorsteen hangt vind ik ook heel bijzonder. Op dat briefje schreven mijn broers hoe laat ze de volgende dag op pad moesten met de vrachtwagen. Mijn moeder zorgde er dan voor dat er pap klaar stond en brood om mee te nemen. Moeder stond dag en nacht klaar. Daarom deed ze soms nog wel eens een middagdutje en dan zei ze: ik ga effe op het kantje van mijn bed."

VERDRAAGZAAM Iets wat Ada graag aan haar bezoekers meegeeft, is hoe belangrijk familie is. "Mijn moeder was verdraagzaam en dat hebben wij van haar geërfd. Daardoor konden en kunnen wij als familie goed met elkaar omgaan."