Volop genieten

Het blad valt en binnenkort massaal. Twee keurig geklede dames liepen met aandacht rond over de groene terp van de Laurenskerk in Kolhorn. Niet vanwege eventueel onvoorziene hondenpoep in het natte herfstgras (wordt steeds zorgvuldig opgeruimd), maar vanwege het gebouw. Het is dan ook een charmant kerkje. Weinig poespas, terwijl het door zijn voorkomen, gebruikte materialen en verhoudingen over een natuurlijke charme beschikt. De Laurenskerk laat dat zonder daarbij te overdrijven zien zoals een mannequin op de catwalk van een modeshow. Enfin. De twee, bij nader inzien eerder sportief dan keurig geklede dames, toonden overduidelijk hun belangstelling voor de schoonheid van onze dorpskerk. De vrouwen wezen elkaar op details en namen de tijd deze met elkaar te bespreken. Ze richtten zich afwisselend op dak en toren, op windwijzer en spits, op boograam en steunbeer. Dichterbij gekomen, raakte een van hen zelfs de fundering van Friese geeltjes aan en leek het ruwe oppervlak te strelen in een poging contact te leggen met het verleden. Alsof onze dorpskerk door een dergelijke aanraking zou kunnen spreken. Was dat overigens maar waar.

Ik zag dit fenomeen als verdienmodel al in felle neonkleuren aangekondigd aan het tot VVV-kantoor omgebouwde dorpshuis waar toeristen zich lieten fotograferen met gekende senioren en andere inwoners van ons o zo mooie Kolhorn. Ondertussen door tolken bijgestaan vertellend over het roemrijke verleden. In de winkelhoek rinkelde de kassa bij de verkoop van allerlei lokale producten. West-Friese dijkaarde tegen acne, meekrapolie voor een betere spijsvertering, ankerkettinkjes als sieraad, rode leeuwtjes voor bij de koffie, huisgerookte snoekbaarsfilet (vacuüm verpakt), grootmoeders schipperstruien, Kolhorner(te)diep(inhetglas) jenever in ambachtelijk aardewerken kruik en niet te vergeten de onuitwisbare ansjovistattoo. Handel en merchandising zouden de nieuwe economische pilaren zijn van deze dorpseconomie. Elektrisch aangedreven rondkonten schommelden door de Hoogsloot en op elke brug stond een brugwachter met een klomp aan een hengel om een hoge toeristentol te incasseren.

De vrouwen waren ondertussen gevorderd tot het informatiebord waarop de geschiedenis van de Laurenskerk beknopt staat te lezen. Zij ontdekten in het 'aquarium' op het puntdak van het dorpshuis de school ansjovis die zwevend en zilverkleurig door de grijze lucht zwom. Ze maakten elkaar op het kunstwerk attent en haalden de fototoestellen (van die waarmee je ook kunt bellen) tevoorschijn. Er volgde een langdurige fotosessie, die intensiveerde toen beide vrouwen ook nog de ballade van de ansjovis aan een van de vensters van het dorpshuis ontdekten. De tekst van het gedicht ging fotografisch mee en er werden selfies mee gemaakt. Langzaam namen de vrouwen meer afstand van gedicht, dorpshuis en kerk en wandelden op het oog zeer tevreden de oprit af en verdwenen uit het straatbeeld. Die twee hadden overduidelijk enorm genoten. Laat nu de herfst maar komen.

Willem Messchaert, Kolhorn