• Marijke Hendriks

Sociale competentie (1): hechting

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

De hond is als enige diersoort erin geslaagd om te kunnen deelnemen in de gemeenschap van een heel andere diersoort dan zijn eigen soort, namelijk de mens. En daar heb je volgens psychologen een sterke 'sociale competentie' voor nodig. Voor mensen onderling is die competentie noodzakelijk, omdat je anders geen normale relatie met elkaar kunt aangaan. Sociale competentie wordt namelijk gedefinieerd als 'de mogelijkheid van een mens, of in dit geval ook de hond, om zijn behoeften en verwachtingen af te kunnen stemmen op de groep zodat je ook in die groep past'. Oftewel je kan relaties aangaan: je moet je agressie in goede banen weten te leiden. Je wordt geacht regels te leren en je daar aan te houden, hulp te bieden waar nodig en je hoort deel te kunnen nemen aan activiteiten die de groep organiseert. Pittig, want we zullen allemaal wel iets uit deze brede definitie als onze niet sterkste kant ervaren...

Wolven hebben van nature al die ingrediënten van een sociale competentie ook. Onderling wel te verstaan. Binnen hun eigen soort. Zoals veel dieren die hoger of lager ontwikkeld zijn: Olifanten die voor hun jongen opkomen zodra deze in gevaar dreigen te komen (ze gaan er in een cirkel omheen staan met hun koppen richting het gevaar). Hyena's die de ouderen uit de groep beschermen door als sterker jonger dier voorop of juist achterop te lopen, afhankelijk van waar de vijand zich wellicht bevindt. Vogels die hun foeragerende groep alarmeren bij dreigend gevaar. De acties in deze voorbeelden zorgen er allemaal voor dat je aan een groep kunt deelnemen om deze succesvol te laten zijn. Groepen van je eigen diersoort. Niet aan groepen van een andere soort.

Er zijn in de natuur zeker voorbeelden te vinden van diersoorten die, voor eigen gewin, een stukje overlap hebben met andere diersoorten. Er is bijvoorbeeld een vogel die over een groep stokstaartjes waakt alsof hij deel uitmaakt van die groep. Vanuit de positie hoog in een boom overziet hij de savanne waarop de stokstaartjes leven en doet bij dreigend gevaar exact de alarmroep van hen na. Als de groep stokstaartjes daaraan is gewend en de vogel vertrouwt, doet de vogel de alarmroep ook na zodra de stokstaartjes voor hem interessant voedsel boven de grond hebben geploeterd. Weg groep. De buit is nu voor hem alleen. Uitermate gewiekst, getuigend van intelligentie en vermogen om te leren, maar niet van een sociale competentie.

En dan nu die honden. Ze laten zich niet alleen door hun baas voederen en genieten bescherming in zijn nabijheid, onderdak in zijn huis en ontvangen zijn liefde met open poten, maar gedragen zich hierin wederkerig. Ze komen bij dreigend gevaar voor hun baas op, niet zelden met gevaar voor eigen leven. Bieden een helpende bek waar nodig, bijvoorbeeld als er iets moet worden gehaald of gebracht. Hond en baas lezen elkaars emoties en dat verschijnsel heeft volgens psychologen opvallend veel weg van de relatie die bij mensen een moeder heeft met haar kind…

Wordt vervolgd