Leeuwenhart

Willem Messchaert, Kolhorn

Het vakantiehuisje staat bijna op het strand. Weliswaar nog in de lage, laatste duinenrij, die hier aan de kust ook wel merkwaardig genoeg wordt aangeduid als zeereep. Voor een goed begrip: een zeereep van baar zand, beslist niet van chocola. Om die reden heeft het genoemde huisje in elk geval vrij uitzicht op zee. Op de Noordzee. De Noordzee ligt daar open en bloot recht voor het vierkante meters grote, dubbel beglaasde raam. De Noordzee en nagenoeg niets tussen mij en het gestaag golvende, overwegend donkergrijze panorama. De Noordzee, waar de branding zich zonder ophouden roert. Overdag is dat overheersende geluid eerst nog met de krant en later met een glimlach te pareren, er vliegen immers uit allerlei richtingen steeds meeuwen voorbij. Als de avond geluidloos is gevallen, neemt het geluid van de branding toe en lijkt gedurende de gehele nacht op het gebrul van een grote troep jagende, Afrikaanse woestijnleeuwen. Met van die woeste manen. Die leeuwen.

Maar we zijn niet bang uitgevallen en ik ga gewapend met een moderne knijpkat de vloedlijn langs om bij duurzaam opgewekte led-verlichting te controleren of het verwoede gebrul, het aanhoudend gebulder daadwerkelijk afkomstig is van de rollende branding.

Gisteravond was dat nog het geruststellende geval. Ik ben benieuwd hoe dat morgennacht zijn zal. Volle maan. Springvloed voorspeld. Dus als deze column onverhoopt abrupt eindigt, weet u hoe de vork in de steel zit. En ik weet het heus wel; één branding is nog geen leeuw en een mens heeft niet elke avond een leeuwenhart.