• Eigen foto

Bewegingsziekte

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

Onder de noemer bewegingsziekte vallen vooral wagenziekte en zeeziekte. Maar je kunt het overal treffen. Door een horizonvervuilende beweging gaat het evenwicht protesteren: duizelig en misselijk.

De laatste keer was tijdens de afgelopen zomervakantie. Op een speedbootje waarin precies 25 personen pasten. Elke centimeter was optimaal benut. Voor de booteigenaar, niet voor de passagiers. Kont aan kont staken we een stuk van ongeveer tweeënhalf uur van de grote oceaan over om van het ene eiland naar het andere te geraken. Het weer leek redelijk toen we vertrokken, maar ik ken mijzelf, mijn benen zijn niet die van een zeeman. Ik had een reisziektetablet achter de kiezen…

De zee was onstuimig. Hoge golven zorgden ervoor dat de boot vooral op toppen danste en in dalen kletste. Elke klap doortrilde je lijf. Steeds werd je even van de bank af omhoog gelanceerd om vervolgens met dezelfde vaart weer plaats te moeten nemen. En dan is tweeënhalf uur lang. Héééél lang.

Halverwege de trip besloot mijn pil er de brui aan te geven. Doe het zelf maar, moet-ie hebben gedacht. Iedereen om mij heen was al een tijdje opvallend stil. De één zat met de ogen dicht. De ander poogde zich op de horizon te focussen, maar ik had al snel in de gaten dat dit tevergeefs was. Geen horizon. Golven. Sommigen deden alsof ze sliepen. En slechts één kon het allemaal niet meer binnenhouden. Dat heeft me nog het meest verbaasd.

Ik was zeeziek. Tot in de toppen van mijn haren. Vreemde gedachten speelden door mijn hoofd. 'Alles voor een vliegtuig!', hoewel ik daar helaas ook nog een ziekmakend verhaal over kan vertellen. Zelfs dát drama viel bij dit in het niets. 'Nog even en ik stap gewoon overboord!' Later sprak ik anderen die precies hetzelfde dachten. Maar niemand deed het. En de gedachte dat ik drie dagen later dezelfde rit in omgekeerde richting opnieuw moest ondergaan…

Zodra het eiland in zicht kwam sperden de rij mensen tegenover mij de ogen opvallend open. En hun monden volgden. Ze zagen wat de ogen in mijn rug ook zagen. Een immense golf nam ons mee omhoog. Hoger en hoger. Het kon niet goed gaan. Niet met dit bootje dat, net zoals alles in die contreien, de dood al lange tijd in de ogen keek. 'Hatelijk' bedacht ik nog, zo aan het einde van de reis.

De klap was buitensporig. De zeeziekte kwam even op de tweede plaats. Mijn besluit stond vast. 'Ik blijf de rest van mijn leven op dit eiland!'