Aangewaaid

Mooie merel

door Willem Messchaert Op een druilerige morgen gaat de kleur bij het openschuiven van m'n olifantgrijs kleurige overgordijnen traploos over in het muisgrijs van de buitenwereld. Een lichte nevel hangt zwaar aan de takken van de twee parasolplatanen in de achtertuin. Een huismus klemt z'n fragiele pootjes om een bovenste plank van de schutting. Wanneer ik deze huishoudelijke handeling in de voorkamer herhaal, is het daar exact hetzelfde wazige beeld. Overal grijs. Overal stil. De overkant van de straat heeft moeite zich duidelijk af te tekenen. Plots wordt m'n enigszins starende blik gevangen door een pikzwarte bult in het kleddernatte en overigens nog groene gras van het gazon. Een molshoop is m'n eerste gedachte en probeer me de plek te herinneren waar ik de schep opborg. Schuur? Bijkeuken? Gangkast? Waar laat je zo'n ding als je die dringend nodig hebt. Wacht eens even, als ik goed kijk, is het helemaal geen molshoop. Welnee. Het is potjandorie een vogel; het is een merel en volgens m'n vogelgids zelfs een Turdus merula. Verhip, en daar ligt ie in plaats van te vliegen. Zou het beestje ziek wezen, de griep hebben? Op klompen en met een warme jas aan ga ik op onderzoek uit, hier wil een mens toch het fijne van weten en de dierenvriend in mij is klaar wakker. Mijn goede bedoelingen helpen echter geen zier, ter plaatse blijkt m'n gevleugelde vriendje niet meer te leven. Deze merel zal geen ei meer leggen, nooit meer zingen en geen alarmroep meer slaken. Mooie merel is morsdood.